herhaaldelijk sportmedisch geschiktheidsonderzoek – federaties

Deze tool biedt federaties inzicht in het herhaaldelijk sportmedisch geschiktheidsonderzoek (SMGO) voor alle risicovechtsporters, met aandacht voor het wat, waarom en wanneer van deze onderzoeken. De informatie ondersteunt federaties bij het uitwerken of verfijnen van hun beleid rond sportmedische geschiktheid en helpt hen om correcte en onderbouwde richtlijnen naar hun sporters te communiceren.

Onze richtlijnen zijn gebaseerd op de kwaliteitsstandaard voor het sportmedisch geschiktheidsonderzoek. Deze standaard is te raadplegen via de website van Sport Vlaanderen. De richtlijnen zijn specifiek afgesteld op de beoefening van risicovechtsporten door de artsen in onze Medische Commissie Risicovechtsporten. Sportieq maakte daarnaast een pagina met toegankelijke basisinformatie over wat een sportmedisch geschiktheidsonderzoek inhoudt, waarom het belangrijk is en wat de richtprijs is. Dit kan gebruikt worden om meer informatie naar de federatieleden te communiceren.

Wij hebben ook een informatieve tool over het sportmedisch geschiktheidsonderzoek voor sporters beschikbaar die iets laagdrepeliger is waar federaties naar kunnen verwijzen.

Extra ondersteuning voor federaties

Voor federaties die hun beleid rond sportmedische geschiktheid verder willen uitwerken of verfijnen, stelt Sportieq  een handig stappenplan ter beschikking. Federaties moeten hiervoor een gratis account aanmaken om toegang te krijgen tot het stappenplan. Het biedt praktische handvaten om de aanbevelingen in de kwaliteitsstandaard te vertalen naar jouw federatiespecifieke context.

  • Dit onderzoek is verplicht voor elke risicovechtsporter, ook als de sporter niet aan competitie deelneemt.
  • Een eerste onderzoek gebeurt bij de eerste aansluiting, behalve wanneer de sporter jonger is dan 6 jaar.
  • Op enkele sleutelmomenten wordt de basisinhoud van dit onderzoek aangevuld met een hartonderzoek: een rust-elektrocardiogram of rust-ECG.
  • Krijgt een sporter een rust- en hersteltijd opgelegd door een arts na een hoofdimpact? Dan moet de sporter een beperkte versie van dit onderzoek laten afnemen, gefocust op het neurologisch functioneren, voordat de sporter opnieuw start met contacttraining. Dit is geen klassiek sportmedisch geschiktheidsonderzoek. Hier kunnen federaties meer lezen over wanneer dit van toepassing is en wat dit inhoudt.

Frequentie van de onderzoeken

Deze tijdslijn geeft een duidelijk overzicht van het verplichte sportmedisch geschiktheidsonderzoek voor risicovechtsporters. Ze toont op welke leeftijd een onderzoek nodig is, wanneer het onderzoek wordt aangevuld met een rust-ECG en hoe vaak het onderzoek moet worden herhaald. Zo kunnen federaties, sporters, ouders en clubs eenvoudig nagaan welke verplichtingen van toepassing zijn.

Hoe zit het precies in elkaar qua frequentie en rust-ECG?

  • Is de sporter minder dan 6 jaar bij aansluiting, dan wacht men tot de leeftijd van 6 jaar om een eerste onderzoek te laten doen; Een standaard sportmedisch onderzoek is pas relevant vanaf 6 jaar.
  • Sluit de sporter aan tussen de leeftijd van 6 en 14 jaar, dan doet de sporter een eerste onderzoek zonder rust-ECG op het moment van aansluiten (bv. op 6 jaar of 13 jaar). Een tweede onderzoek volgt op 14 jaar mét rust-ECG. Een derde onderzoek volgt op 18 jaar, opnieuw met rust-ECG.
  • Sluit de sporter aan op 14 jaar, dan gebeurt het onderzoek op 14 jaar mét rust-ECG. Een tweede onderzoek volgt op 18 jaar, mét rust-ECG.
  • Sluit de sporter aan tussen 15 en 17 jaar, dan gebeurt het onderzoek op het moment van aansluiten, mét rust-ECG. Een tweede onderzoek volgt dan na een periode van 4 jaar, opnieuw mét rust-ECG (tweede onderzoek bv. op 19 jaar als je aansloot op 15 jaar, of op 21 jaar als je aansloot op 17 jaar).
  • Sluit de sporter aan op 18 jaar of later, dan gebeurt het eerste onderzoek op dat moment, mét rust-ECG.
  • Vanaf 18 jaar wordt het onderzoek herhaald om de 4 jaar als recreatieve sporter, of om de 2 jaar als competitieve sporter. Dit is een standaard onderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40-jarige leeftijd, herhaalt de sporter het onderzoek mét rust-ECG én met bijkomend inspanningsonderzoek. Deze aanvullingen met rust-ECG en inspanningstest worden zéér sterk aanbevolen.

Tijdslijn onderzoeken per leeftijd (van eerste aansluiting sporter)

De sporter is jonger dan 6 jaar
  • Op het moment van aansluiting: nog geen standaard sportmedisch onderzoek.
  • Op 6 jaar: eerste standaard sportmedisch onderzoek, zonder rust-ECG.
  • Op 14 jaar: tweede onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 18 jaar: derde onderzoek, met rust-ECG.
  • Daarna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Bij aansluiting: eerste standaard sportmedisch onderzoek, zonder rust-ECG.
  • Op 14 jaar: tweede onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 18 jaar: derde onderzoek, met rust-ECG.
  • Daarna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Op 14 jaar: eerste onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 18 jaar: tweede onderzoek, met rust-ECG.
  • Daarna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Bij aansluiting: eerste standaard sportmedisch onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 19 jaar: tweede onderzoek, opnieuw met rust-ECG. Hierna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Bij aansluiting: eerste standaard sportmedisch onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 20 jaar: tweede standaard onderzoek, opnieuw met rust-ECG. Hierna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Bij aansluiting: eerste standaard sportmedisch onderzoek, met rust-ECG.
  • Op 21 jaar: standaard onderzoek, opnieuw met rust-ECG. Hierna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.
  • Bij aansluiting: eerste onderzoek, met rust-ECG.
  • Daarna:
    • recreatieve sporter: om de 4 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG;
    • competitieve sporter: om de 2 jaar een standaardonderzoek zonder rust-ECG.
  • Op 40 jaar: onderzoek met een optioneel maar zeer sterk aanbevolen rust-ECG en inspanningsonderzoek.

Waarom is een sportmedisch onderzoek verplicht?

Een sportmedisch onderzoek kadert binnen een veilige sportomgeving en heeft als doel:

    • gezondheidsrisico’s tijdig op te sporen
    • de sporter op een verantwoorde manier te laten deelnemen
    • clubs en trainers te ondersteunen in een veilige omkadering
  •  

Binnen de risicovechtsporten blijft een sportmedisch onderzoek een belangrijk onderdeel van een veilige sportbeoefening, zowel voor competitieve als recreatieve sporters. Ook buiten competitie kunnen er tijdens trainingen en sparring contactmomenten optreden, waaronder hoofdimpact. Daarnaast kan de fysieke belasting tijdens trainingen hoog oplopen, met een aanzienlijke belasting van het hart- en vaatstelsel, zelfs zonder direct (hoofd)contact. Een sportmedisch onderzoek helpt om deze risico’s beter in kaart te brengen en draagt bij aan een verantwoorde sportbeoefening. Het maakt deel uit van een bredere veilige sportomkadering, waarbij clubs en federaties een belangrijke rol spelen in het bewaken van de gezondheid van hun sporters.

Waarom rust-ECG’s op 14, 18 en 40 jaar?

Op enkele sleutelleeftijden wordt het sportmedisch geschiktheidsonderzoek aangevuld met een rust-ECG. De redenen daarvoor verschillen naargelang de leeftijd en de veranderingen in het cardiovasculaire risicoprofiel.

1. Waarom een rust-ECG op 14 jaar?

Vanaf de puberteit worden bepaalde erfelijke hartspierziekten pas zichtbaar. Tegelijk verdwijnen geleidelijk de normale kinderlijke ECG-patronen die de beoordeling op jongere leeftijd bemoeilijken. Een eerste rust-ECG is daarom rond 14 jaar beter interpreteerbaar en kan verborgen hartafwijkingen helpen opsporen.

Sommige hartafwijkingen ontwikkelen zich geleidelijk tijdens de adolescentie en zijn op 14 jaar nog niet altijd zichtbaar. Een nieuw rust-ECG op 18 jaar kan veranderingen sinds het eerste onderzoek opsporen en vormt een referentiemeting aan het begin van de volwassenheid.

Vanaf de middelbare leeftijd verandert het cardiovasculaire risicoprofiel en neemt vooral het belang van coronairlijden (vernauwing van de bloedvaten die de hartspier van bloed voorzien) en ritmestoornissen toe. Een rust-ECG kan relevante elektrische afwijkingen opsporen en helpt, samen met de anamnese en het klinisch onderzoek, bepalen of verder cardiaal onderzoek aangewezen is.

Onderdelen van het onderzoek

Vragenlijst

Om zo efficiënt mogelijk te werk te gaan, is het zeer sterk aangeraden dat de sporter vooraf de gratis digitale Sportkeuring.be-vragenlijst invult:
https://www.sportkeuring.be/

Deze vragenlijst brengt de persoonlijke en familiale medische voorgeschiedenis in kaart, onder andere:

 

  • eerdere medische problemen
  • klachten tijdens inspanning
  • familiale voorgeschiedenis (bv. hartproblemen)

 

Als bij de sportkeuze de risicovechtsport in kwestie er niet instaat kan  “Andere risicovechtsport (vechtsporten waar slagen of stoten op het hoofd mogelijk zijn)” aanduid worden.

Opgelet: De vragenlijst kan vooraf aan het onderzoek ingevuld worden. Het is belangrijk dat in het formulier onder “reden” de optie “vraag van mijn sportorganisatie” wordt aangegeven. Indien dit niet gedaan wordt kan de sporter op een vragenlijst uitkomen voor andere sporten met een bepaalde kleurencodering die niet van toepassing is op risicovechtsporten. Dit kan mogelijks verwarring kan veroorzaken. Het is belangrijk om dit duidelijk te communiceren.

Het resultaat van de vragenlijst kan een sporter zelf afdrukken om mee te nemen op het moment van het onderzoek, of digitaal aan de arts bezorgen. Federaties kunnen hun sporters op de hoogte brengen van deze werkwijze, zodat deze informatie meteen beschikbaar is bij de start van de afspraak met de arts.

Lichamelijk onderzoek

Cardiovasculair onderzoek

Dit omvat onder andere:

 

  • meting van de bloeddruk
  • auscultatie van het hart (hartruis, ritmestoornissen)
  • evaluatie van perifere circulatie
  • het rustelektrocardiogram (ECG), standaard voorzien op 14-jarige leeftijd: dit laat toe om elektrische geleidingsstoornissen en bepaalde structurele afwijkingen indirect te detecteren. Op 40 jarige leeftijd wordt bij intensieve sporters herhaald met een aanvullende inspanningstest.

 

Respiratoir onderzoek

Evaluatie van het ademhalingsstelsel, met aandacht voor:

 

  • longfunctie
  • eventuele inspanningsgebonden ademhalingsproblemen
  • voorgeschiedenis van astma of andere respiratoire aandoeningen

 

Neurologisch onderzoek

Gelet op het risico op hoofdimpact binnen vechtsporten, is een basis neurologische screening aangewezen.

Dit omvat:

 

  • reflexonderzoek
  • coördinatieproeven
  • evenwichtstesten

 

Dit biedt geen volledige neurologische evaluatie, maar kan wel afwijkingen of aandachtspunten detecteren.

Bewegingsstelsel

Het onderzoek van het bewegingsapparaat richt zich op:

 

  • gewrichtsmobiliteit
  • spierfunctie
  • eventuele asymmetrieën of beperkingen

 

Dit laat toe om blessures of predisponerende factoren vroegtijdig te identificeren.

Algemene evaluatie

Tot slot gebeurt een globale inschatting van de fysieke conditie en belastbaarheid van de sporter, in relatie tot de beoogde sportactiviteit. Ook bepaalde specifieke elementen zoals de aanwezigheid van verwijderbare piercings of de noodzaak van een aangepast mondstuk indien de sporter een beugel draagt worden nagekeken en opgevolgd.

Het volledige protocol voor artsen is hier te vinden.

Waar kan het onderzoek uitgevoerd worden?

Het sportmedisch geschiktheidsonderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd door een arts met affiniteit met vechtsporten.

Federaties kunnen verwijzen naar onze lijst van keuringsartsen. Artsen met een VASO-licentie werken volgens wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen voor sportmedische geschiktheidsonderzoeken.

 
Het advies in deze tool wordt op regelmatige basis geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Hoewel deze tool met zeer veel zorg is samengesteld, aanvaardt Vechtsportplatform Vlaanderen geen enkele aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolledigheden in deze tool.