Dit protocol is bedoelt om jou als arts een handvat te bieden bij de minimum inhoud van een sportmedisch geschiktheidsonderzoek voor risicovechtsporten. Acht je bijkomende onderzoeken of een doorverwijzing noodzakelijk, dan kan er hier uiteraard mee worden aangevuld. Deze tool geeft ook duiding rond de minimum frequentie waarmee deze onderzoeken moeten gebeuren.
Onze richtlijnen zijn gebaseerd op de kwaliteitsstandaard voor het sportmedisch geschiktheidsonderzoek. Deze standaard is te raadplegen via de website van Sport Vlaanderen. De richtlijnen zijn specifiek afgesteld op de beoefening van risicovechtsporten door de artsen in onze Medische Commissie Risicovechtsporten. Sportieq maakte daarnaast een een pagina met toegankelijke basisinformatie over wat een sportmedisch geschiktheidsonderzoek inhoudt, waarom het belangrijk is en wat de richtprijs is. Ook wij hebben een informatieve tool over het sportmedisch geschiktheidsonderzoek voor vechtsporters beschikbaar waar sporters naar kunnen doorverwezen worden.
Het onderzoek uitvoeren als arts met een affiniteit voor de vechtsport die de sporter beoefend is eenvoudiger, aangezien je zo uiteraard beter kan inschatten wat de sportbeoefening van belasting en mogelijke risico’s met zich meebrengt. Heb je zelf geen achtergrond in of kennis van een specifieke vechtsport, maar wil je er informatie over inwinnen om bijvoorbeeld als keuringsarts voor deze sport op te treden, dan kan je ons altijd contacteren (fran@vechtsportplatform.be , 0467 07 42 22). Laat je jouw gegevens graag opnemen op onze online lijst van keuringsartsen met een affiniteit met vechtsport, zodat een sporter op zoek naar een arts om dit onderzoek te laten afnemen jou kan contacteren? Dat kan, neem even contact op en we bezorgen je de nodige informatie en documenten.
Op onze lijst met keuringsartsen geven we een overzicht van artsen met een link met één of meerdere vechtsporten. Heeft de arts daarbovenop ook een VASO-licentie, dan weet de sporter dat het gebruikte protocol voor het onderzoek in lijn ligt met de wetenschappelijk onderbouwde aanbeveling voor dit type onderzoeken, zoals opgesteld door SKA.
Frequentie sportmedisch geschiktheidsonderzoek
Deze tijdslijn geeft een duidelijk overzicht van het verplichte sportmedisch geschiktheidsonderzoek voor risicovechtsporters. Ze toont op welke leeftijd een onderzoek nodig is, wanneer het onderzoek wordt aangevuld met een rust-ECG en hoe vaak het onderzoek moet worden herhaald.
- Komt de sporter voor een eerste onderzoek vanaf 18 jaar: onderzoek + rust-ECG
- Daarna herhaling van het onderzoek, zonder rust-ECG, om de 2 jaar voor competitieve sporters en om de 4 jaar voor recreatieve sporters.
- Doet de sporter nog intensief aan sport op 40 jaar: onderzoek + rust-ECG + inspanningsonderzoek
- Is de sporter jonger dan 18 jaar maar ouder dan 13 jaar: onderzoek + rust-ECG met tweede onderzoek op 18 jaar + rust-ECG indien deze intensief sport.
- Is de sporter jonger dan 14 jaar: onderzoek zonder rust-ECG met een tweede onderzoek + rust-ECG op 14 jaar.
- Krijgt de sporter een rust- en hersteltijd opgelegd door een arts na een hoofdimpact, bijvoorbeeld na een knock-out? Dan is een beperkte medische herkeuring nodig, gefocust op het neurologisch functioneren, voordat de sporter opnieuw start met contacttraining.
Anamnese
Om zo efficiënt mogelijk te werk te gaan, is het zeer sterk aangeraden dat de sporter vooraf de gratis digitale Sportkeuring.be-vragenlijst invult via www.sportkeuring.be
De vragenlijst geeft zicht op de persoonlijke en familiale medische voorgeschiedenis van de sporter. De sporter kan de vragenlijst vooraf invullen en de resultaten digitaal of afgedrukt bezorgen aan jou. Indien nodig kan de vragenlijst ook samen met de sporter overlopen worden tijdens de consultatie.
Onder “Vechtsporten” kan je de risicovechtsport aankruisen. Wanneer de betreffende risicovechtsport niet voorkomt in de lijst, kies je voor “Andere risicovechtsport (vechtsporten waar slagen/stoten op het hoofd mogelijk zijn)”.
Opgelet: Het is belangrijk dat in het formulier onder “reden” de optie “vraag van mijn sportorganisatie” wordt aangegeven. Indien dit niet gedaan wordt kan de sporter een vragenlijst voor andere sporten krijgen met een bepaalde kleurencodering die niet van toepassing is op risicovechtsporten en dit kan mogelijks verwarring veroorzaken.
Lichamelijk onderzoek
Algemene inspectie
Zijn er niet-genezen of recente wonden (snijwonden, schaafwonden, laceraties …) aan
- Handen
- Polsen
- Gelaat
- Wenkbrauwen
- Oren
- Neus
- Andere
Niet-genezen of recente wonden zijn plaatsen waar de tegenstander zich mogelijk zal op focussen om op diezelfde plaatsen slagen toe te brengen (zodat de kamp met een technisch KO moet beëindigd worden, cfr. gelaat, wenkbrauwen, oren, neus). Wonden aan handen, polsen … laten de sporter niet toe voluit te gaan en zullen bij gering contact terug opengaan. Niet-genezen wonden (vooral schaafwonden) kunnen ook ingangspoort zijn voor infecties (impetigo, tinea corporis gladiatorum …). Vooraleer met de gevechtstraining/contacttraining kan gestart worden dienen deze wonden volledig genezen te zijn. Er kan hier dus wel toelating gegeven worden voor non-contacttraining.
Biometrie
Lichaamsgewicht, lichaamslengte, zithoogte en huidplooimetingen.
Oriënterend neurologisch onderzoek
Evenwicht
- Romberg
Gang
- Gangpatroon
- Koorddansersgang
Coördinatie
- Vinger-neusproef
- Knie-hielproef
- Diadochokinese
Sensibiliteit
- Vibratiezin
Reflexen
- Bicepspeesreflex
- Tricepspeesreflex
- Kniepeesreflex
- Achillespeesreflex
- Voetzoolreflex
Pneumologisch onderzoek
Longauscultatie
- Verlengd expirium
- Crepitaties
- Wheezing
- Verminderd VAG
- Ander
Stomatologisch onderzoek
Inspectie gebit
- Cariës
- Tandsteen
- Gingivitis
- Verwijderbare piericings
- Indien de sporter een beugel draagt, moet een aangepast mondstuk voorzien worden ter bescherming. Dit wordt gedaan in samenspraak met de orthodontist. Deze kan hiervoor ook een attest uitschrijven voor de sporter om aan te tonen dat ze een dergelijk mondstuk benodigen.
- Ander
Oftalmologisch onderzoek
Gezichtsscherpte
- Correctie
- Ver bilateraal
- Ver links
- Ver rechts
Gezichtsveld
- Confrontatietest
Pupilvorm
Pupilgrootte
Pupilreactie op licht
Dieptezicht
- Stereotest
Contra-indicaties voor risicovechtsporten:
- Amblyopie
- Hoge myopie (hoge bijziendheid meer dan -6 dioptrie)
- Oogoperaties als antecedenten
- Gebrek aan dieptezicht
Afwijkingen in het oftalmologisch onderzoek vereisen een doorverwijzing naar de oftalmoloog.
Cardiologisch onderzoek
Brachiale bloeddruk
- Bloeddruk systolisch links
- Bloeddruk diastolisch links
- Bloeddruk systolisch rechts
- Bloeddruk diastolisch rechts
Hartauscultatie
- Geruis
- Diastolisch
- Systolisch >= 2/6
- Meer bij Valsalva of staan vanuit hurkpositie
- Meer bij liggen of hurken vanuit staande positie
- Uitstraling naar oksel of carotiden
- Lange duur (mid- of latepeak of holosystolisch)
- Mid- of eindsystolische klik
- Tonen
- Paradoxale of gefixeerde splijting 2e harttoon
- Extra toon (4e toon)
- Luide 1e toon met geruis
- Ritme
Radiale en femorale pulsaties
- Simultane palpatie radiale en femorale pulsaties
Syndroom van Marfan
Orthopedisch onderzoek
Inspectie
- Stand hoofd
- Schouderhoogte
- AC gewricht
- Rug
- Hoogte spina iliaca
- Vastus medialis obliquus
- Extremiteiten en gewrichten
- Tuberositas tibiae
Mobiliteit/kracht
- Cervicaal
- Flexie
- Extensie
- Laterale flexie
- Rotatie
- Lumbaal
- Flexie
- Extensie
- Laterale flexie
- Rotatie
- Schouder
- GH abductie
- Kracht 90°
- Drop Dead
- Elleboog en hand
- Flexie/extensie
- Pronatie/supinatie
- Hand vuist/spreiden
Functioneel
- Duck Walk test
- Five time hop
Sportspecifiek
- Gemodificeerde rotatie stabilisatie test
- Scapulaire dyskinesie
- Zijwaartse brug test
- Squat op één been
Onderzoek neus, keel en oren
Rhinoscopia anterior
- Toegankelijkheid neus
- Stand neusseptum
Otoscopie
- Gehoorgang
Tonsillen
Hypermobiliteitsonderzoek
Hyperextensie pinken (hoek in mcp5 >90°)
- Links
- Rechts
Duimen tegen de voorarm
- Links
- Rechts
Hyperextensie ellebogen >10°
- Links
- Rechts
Hyperextensie knieën >10°
- Links
- Rechts
Handen plat op de grond zonder de knieën te buigen
Berekening hypermobiliteitsscore volgens Beighton criteria:
- Handen plat op grond: 1 punt
- Pinken, duimen, ellebogen, knieën telkens 1 punt links/rechts
- Totaal 9 punten
4-6 punten: hypermobiel
7-9 punten: extreem hypermobiel
Aanvullend onderzoek
Geen aanvullend onderzoek tenzij er klachten of abnormaliteiten in het onderzoek zijn.