Deze tool beschrijft het protocol voor het sportmedisch geschiktheidsonderzoek dat bij elke actieve sporter uitgevoerd dient te worden. Advies aangaande de frequentie van de afname kan je hieronder terugvinden.
Onze richtlijnen zijn gebaseerd op de kwaliteitsstandaard voor het sportmedisch geschiktheidsonderzoek. Deze standaard is te raadplegen via de website van Sport Vlaanderen. Sportieq maakte daarnaast een een pagina met toegankelijke basisinformatie over wat een sportmedisch geschiktheidsonderzoek inhoudt, waarom het belangrijk is en wat de richtprijs is. Ook wij hebben een informatieve SMGO tool voor vechtsporters beschikbaar waar sporters naar kunnen doorverwezen worden.
We raden sterk aan dat dit sportmedisch onderzoek wordt uitgevoerd door een arts met kennis van en affiniteit met de vechtsport die de sporter beoefent. Op onze lijst met keuringsartsen geven we een overzicht van zo’n artsen met een link met één of meerdere vechtsporten. Heeft de arts daar bovenop ook een VASO-licentie, dan weet je zeker dat het gebruikte protocol voor het onderzoek in lijn ligt met de wetenschappelijk onderbouwde aanbeveling voor dit type onderzoeken, zoals opgesteld door SKA.
Frequentie sportmedisch geschiktheidsonderzoek
Onderstaande schema geeft een duidelijk overzicht van de verplichte medische onderzoeken voor risicovechtsporters. Ze toont op welke leeftijd welke onderzoeken nodig zijn en hoe vaak ze moeten worden herhaald, zodat sporters, ouders en clubs eenvoudig kunnen nagaan welke verplichtingen van toepassing zijn.
Binnen deze tijdslijn onderscheiden we drie types medische opvolging:
- Sportmedisch geschiktheidsonderzoek (SMGO)
- Bijkomende ECG’s
- Neurologische herkeuring na een rust- en hersteltijd
Sportmedisch geschiktheidsonderzoek (SMGO)
Vanaf 6 jaar:
- Een eerste sportmedisch onderzoek (SMGO) bij de aansluiting bij een risicovechtsportclub
Vanaf 14 jaar:
- Een tweede onderzoek (indien de sporter startte vóór 14 jaar)
- Vanaf deze leeftijd wordt het SMGO periodiek herhaald (frequentie is afhankelijk van het type sportbeoefening)
- Recreatieve vechtsporter → minimum elke 4 jaar
- Competitieve vechtsporter → minimum elke 2 jaar
Aanvullend – hartonderzoeken als onderdeel van het SMGO
Binnen het SMGO worden ook hartonderzoeken uitgevoerd op vaste momenten, afhankelijk van de leeftijd en de trainingsintensiteit van de sporter:
- Vanaf 14 jaar: een rust-ECG (Als onderdeel van het SMGO bij aansluiting bij risicovechtsportclub of bij de eerste herhaling van het SMGO op 14 jaar indien de sporter begonnen is voor hun 14de jaar)
- Op 18 jarige leeftijd: een herhaling van het rust-ECG voor sporters die intensief trainen (d.w.z. minstens 3 keer per week),
- Op 40 jarige leeftijd: wordt een rust-ECG gecombineerd met een inspanningstest uitgevoerd bij sporters die intensief trainen (minstens 3 keer per week)
Neurologische keuring na een rust- en hersteltijd
Indien de sporter een rust- en hersteltijd opgelegd kreeg door een arts na een hoofdimpact (bijvoorbeeld een knock-out), is een bijkomend neurologisch onderzoek verplicht.
Anamnese
Laat de sporter de vragenlijst invullen op www.sportkeuring.be zodat je zicht krijgt over diens persoonlijke en familiale medische voorgeschiedenis. De sporter kan dit op voorhand invullen of je kan dit samen doen. Onder “Vechtsporten” kan je de risicovechtsport aankruisen. Wanneer de betreffende risicovechtsport niet voorkomt in de lijst, kies je voor “Andere risicovechtsport (vechtsporten waar slagen/stoten op het hoofd mogelijk zijn)”.
Opgelet: Het is belangrijk dat in het formulier onder “reden” de optie “vraag van mijn sportorganisatie” wordt aangegeven. Indien dit niet gedaan wordt kan de sporter een vragenlijst voor andere sporten krijgen met een bepaalde kleurencodering die niet van toepassing is op risicovechtsporten en dit kan mogelijks verwarring veroorzaken.
Lichamelijk onderzoek
Algemene inspectie
Zijn er niet-genezen of recente wonden (snijwonden, schaafwonden, laceraties …) aan
- Handen
- Polsen
- Gelaat
- Wenkbrauwen
- Oren
- Neus
- Andere
Niet-genezen of recente wonden zijn plaatsen waar de tegenstander zich mogelijk zal op focussen om op diezelfde plaatsen slagen toe te brengen (zodat de kamp met een technisch KO moet beëindigd worden, cfr. gelaat, wenkbrauwen, oren, neus). Wonden aan handen, polsen … laten de sporter niet toe voluit te gaan en zullen bij gering contact terug opengaan. Niet-genezen wonden (vooral schaafwonden) kunnen ook ingangspoort zijn voor infecties (impetigo, tinea corporis gladiatorum …). Vooraleer met de gevechtstraining/contacttraining kan gestart worden dienen deze wonden volledig genezen te zijn. Er kan hier dus wel toelating gegeven worden voor non-contacttraining.
Biometrie
Lichaamsgewicht, lichaamslengte, zithoogte en huidplooimetingen.
Oriënterend neurologisch onderzoek
Evenwicht
- Romberg
Gang
- Gangpatroon
- Koorddansersgang
Coördinatie
- Vinger-neusproef
- Knie-hielproef
- Diadochokinese
Sensibiliteit
- Vibratiezin
Reflexen
- Bicepspeesreflex
- Tricepspeesreflex
- Kniepeesreflex
- Achillespeesreflex
- Voetzoolreflex
Pneumologisch onderzoek
Longauscultatie
- Verlengd expirium
- Crepitaties
- Wheezing
- Verminderd VAG
- Ander
Stomatologisch onderzoek
Inspectie gebit
- Cariës
- Tandsteen
- Gingivitis
- Ander
Oftalmologisch onderzoek
Gezichtsscherpte
- Correctie
- Ver bilateraal
- Ver links
- Ver rechts
Gezichtsveld
- Confrontatietest
Pupilvorm
Pupilgrootte
Pupilreactie op licht
Dieptezicht
- Stereotest
Contra-indicaties voor risicovechtsporten:
- Amblyopie
- Hoge myopie (hoge bijziendheid meer dan -6 dioptrie)
- Oogoperaties als antecedenten
- Gebrek aan dieptezicht
Afwijkingen in het oftalmologisch onderzoek vereisen een doorverwijzing naar de oftalmoloog.
Cardiologisch onderzoek
Brachiale bloeddruk
- Bloeddruk systolisch links
- Bloeddruk diastolisch links
- Bloeddruk systolisch rechts
- Bloeddruk diastolisch rechts
Hartauscultatie
- Geruis
- Diastolisch
- Systolisch >= 2/6
- Meer bij Valsalva of staan vanuit hurkpositie
- Meer bij liggen of hurken vanuit staande positie
- Uitstraling naar oksel of carotiden
- Lange duur (mid- of latepeak of holosystolisch)
- Mid- of eindsystolische klik
- Tonen
- Paradoxale of gefixeerde splijting 2e harttoon
- Extra toon (4e toon)
- Luide 1e toon met geruis
- Ritme
Radiale en femorale pulsaties
- Simultane palpatie radiale en femorale pulsaties
Syndroom van Marfan
Orthopedisch onderzoek
Inspectie
- Stand hoofd
- Schouderhoogte
- AC gewricht
- Rug
- Hoogte spina iliaca
- Vastus medialis obliquus
- Extremiteiten en gewrichten
- Tuberositas tibiae
Mobiliteit/kracht
- Cervicaal
- Flexie
- Extensie
- Laterale flexie
- Rotatie
- Lumbaal
- Flexie
- Extensie
- Laterale flexie
- Rotatie
- Schouder
- GH abductie
- Kracht 90°
- Drop Dead
- Elleboog en hand
- Flexie/extensie
- Pronatie/supinatie
- Hand vuist/spreiden
Functioneel
- Duck Walk test
- Five time hop
Sportspecifiek
- Gemodificeerde rotatie stabilisatie test
- Scapulaire dyskinesie
- Zijwaartse brug test
- Squat op één been
Onderzoek neus, keel en oren
Rhinoscopia anterior
- Toegankelijkheid neus
- Stand neusseptum
Otoscopie
- Gehoorgang
Tonsillen
Hypermobiliteitsonderzoek
Hyperextensie pinken (hoek in mcp5 >90°)
- Links
- Rechts
Duimen tegen de voorarm
- Links
- Rechts
Hyperextensie ellebogen >10°
- Links
- Rechts
Hyperextensie knieën >10°
- Links
- Rechts
Handen plat op de grond zonder de knieën te buigen
Berekening hypermobiliteitsscore volgens Beighton criteria:
- Handen plat op grond: 1 punt
- Pinken, duimen, ellebogen, knieën telkens 1 punt links/rechts
- Totaal 9 punten
4-6 punten: hypermobiel
7-9 punten: extreem hypermobiel
Aanvullend onderzoek
Geen aanvullend onderzoek tenzij er klachten of abnormaliteiten in het onderzoek zijn.