Deze tool is de vertaling van één van de onderdelen van de Sport Concussion Assessment Tool (SCAT 5), namelijk de Symptom Scale. De bedoeling is dat de sporter zichzelf voor elk van de symptomen een score geeft op basis van hoe deze zich op het moment van de evaluatie voelt. De scores en antwoorden geven je inzicht in de toestand van de sporter en kunnen mee richting geven bij het beslissen of er verdere evaluatie nodig is.
Je kan de sporter de volgende vraag stellen. “Hoe voel je je nu? Geef jezelf een score voor de volgende symptomen op basis van hoe je je nu voelt.”
Geef voor elk symptoom aan hoe je je op dit moment voelt. Kies een score van 0 tot 6.
Resultaat
Deze symptomenevaluatie stelt geen diagnose. De scores kunnen mee richting geven bij het beslissen of verdere evaluatie nodig is.
De verwerking van de scores
Het invullen van dit onderdeel van de SCAT levert twee afzonderlijke uitkomsten op, enerzijds het totaal aantal symptomen en anderzijds een score voor de ernst van de symptomen. Deze uitkomsten dien je samen met andere context individueel te interpreteren; er bestaat geen vaste afkapscore die een hersenschudding bevestigt of uitsluit, of op een bepaalde ernst duidt. Je interpreteert de uitkomsten in samenhang met het ontstaansmechanisme, de klinische beoordeling, eventuele vooraf bestaande klachten, een eventuele persoonlijke baselinemeting en de andere onderdelen van de SCAT. Je gebruikt de Symptom Scale om vast te leggen welke klachten na een mogelijke hoofdimpact aanwezig zijn. Deze vragen lenen zich ook om de evolutie van de symptomen in de tijd op te volgen.
- Totaal aantal symptomen berekenen: tel alle items op waarop een andere score dan 0 gegeven werd (minimum 0 – maximum 22)
- Score voor de ernst van de symptomen berekenen: tel elke score op elk item op (minimum 0 – maximum 132).
Volgende bijkomende vragen kunnen je nog extra informatie geven:
- Worden de symptomen erger bij fysieke activiteiten? Ja / Neen
- Worden de symptomen erger bij psychische activiteiten? Ja / Neen
- Als je de sporter goed kende voor het letsel, hoe verschillend reageert de sporter in vergelijking met diens normale doen?
Niet verschillend – Zeer verschillend – Onzeker – N/A